de blowerdoortest en QV10 waarde

Een blowerdoor is een deur met een ventilator er in die in het reeds gemonteerde deurkozijn wordt bevestigd. De opzet van de meetmethode is vrij eenvoudig: doormiddel van de ventilator  wordt een drukverschil tussen binnen en buiten gecreëerd en vervolgens wordt de hoeveelheid lucht die weglekt respectievelijk naar binnen lekt gemeten.

Alvorens de meetmethode uit te kunnen voeren, moet er aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Voordat er wordt begonnen met de meting, mag bijvoorbeeld het drukverschil over de gevels niet groter zijn dan 5 Pa. De reden dat er anders niet mag worden gemeten, is dat er door hoge windsnelheden zulke hoge luchtdrukverschillen kunnen ontstaan, dat deze de meetresultaten beïnvloeden. De gestelde eis van 5 Pa wordt overschreden wanneer de windsnelheid groter wordt dan 6 m/s, wat globaal weer overeenkomt met windkracht 4. De volgende openingen in de buitenschil moeten gesloten worden:

  • ventilatiekanalen (zowel toe- als afvoer) afplakken;
  • rookgasafvoerkanalen sluiten;
  • roosters en suskasten sluiten (niet afplakken);
  • klep in openhaardkanaal sluiten (afvoerkanaal zelf niet afplakken);
  • buitendeuren sluiten;
  • ramen sluiten;
  • brievenbussen sluiten.

Overigens is het aanbevolen om bij passief huizen geen ventilatieroosters, brieven bussen, e.d. toe te passen.

Van belang is om twee testen uit te voeren, één na gereed komen ruwbouw en één bij oplevering. Zo kunnen eventuele luchtlekken vroegtijdig worden opgespoord en eenvoudig worden verholpen.

Het Bouwbesluit stelt een eis aan de luchtdichtheid: niet meer dan 200 dm3/s bij 10 Pascal. Dit is een zeer grote hoeveelheid lucht, zeg maar een hoeveelheid lucht die in 200 pakken melk kan en per seconde bij een zuchtje wind door de schil verdwijnt.
Vrijwel altijd zal de eis voor luchtdichtheid in de EPC-berekening strenger zijn dan in het bouwbesluit. Hoe energiezuiniger de woning moet zijn hoe strenger de eis voor luchtdichtheid zal zijn.

In Nederland maken we voor de mate van luchtdichtheid (uitgedrukt in de qv10-waarde) onderscheid in drie klassen:
Klasse 1 Basis qv;10 > 0,6 dm3/s.m2, voldoet aan het bouwbesluit, geen bijzondere eisen
Klasse 2 Goed qv;10 tussen 0,3 en 0,6 dm3/s.m2 = energiezuinig bouwen
Klasse 3 Uitstekend qv;10 < circa 0,15 dm3/s.m2 = passief bouwen of andere vormen van zeer energiezuinig bouwen